KringloopTip: Sturen op mest en bemesting begint met een goed plan

Een veelgehoorde uitspraak in het bedrijfsleven luidt: winnaars hebben een plan en verliezers een excuus. Die gedachte is ook van toepassing op het komende bemestingsseizoen. Melkveehouders hebben te maken met onvoorspelbare factoren zoals weers- en seizoensinvloeden, maar er zijn ook volop onderdelen waarop wél gestuurd kan worden.

2 februari 2026

Nu de afbouwperiode van derogatie is afgerond, ligt de gebruiksnorm voor stikstof uit dierlijke mest op 170 kg N per hectare. Bij een gemiddelde samenstelling van rundveedrijfmest komt dit neer op ongeveer 40 m³ mest per hectare. Dat roept vragen op bij melkveehouders: hoeveel ruimte blijft er voor beweiding? En hoe ga je om met lage mestgiften en een juiste verdeling van mest over de percelen?

Houd rekening met weidemest

Een eenvoudige berekening laat zien dat maar een beperkt deel van de mest in de weide terechtkomt.  Het jaar 2026 telt in totaal 8760 uur. Bij 720 uur weidegang lopen de koeien dus 8,2% van de tijd buiten. 92% van de mest komt daarmee nog in de put terecht en kan worden benut. Bij bedrijven met meer dan 2500 uur weidegang is er sprake van 72% van de mest in de put. In die situatie is het belangrijk om tijdig te zorgen voor voldoende mest om af te kunnen voeren.

9 maanden mestopslag een basisvoorwaarde

Het eerste deel van de oplossing dit seizoen begint bij voldoende mestopslag. Een capaciteit van 9 maanden opslag is cruciaal. Wanneer er vanaf 15 juni geen mest meer wordt uitgereden kan weer worden gespaard voor de afvoerverplichting. In het voorjaar is er dan weer voldoende mest beschikbaar voor zowel bemesting als voor afvoer.

Goede mestverdeling essentieel

Een goede mestverdeling begint met inzicht in de samenstelling van de mest. Door per kelder afzonderlijke mestmonsters te nemen, krijg je zicht op de nutriënten die daadwerkelijk worden uitgereden. Dit maakt het mogelijk om gericht te kiezen welke mest op welke percelen past. Hierbij is het belangrijk rekening te houden met de gewenste mestgift op bouwland.

Een lage gift vraagt om een scherpe keuze

De drijfmest gift op de graslandpercelen zal in de praktijk bestaan uit een gift van 20 tot 25 kuub in het voorjaar, gevolgd door 15 tot 20 kuub later in het seizoen. Hierin kan nog het verschil worden gemaakt in de weidepercelen door deze van lagere giften te voorzien. Bij lage mestgiften is netjes werken essentieel. Verdun de mest minimaal 1:2, en bij voorkeur liever nog 1:1 met water, om verliezen te beperken en de benutting te verbeteren.  

Strategie kiezen voor dierlijke mest en kunstmest

Er zijn verschillende strategieën mogelijk voor de verdeling van mest en kunstmest. Zo kun je drijfmest gelijkmatig over de percelen verdelen en de kunstmestgift aan te passen op basis van het stikstof leverend vermogen (NLV) per perceel. Een andere benadering is om de fosfaattoestand van de bodem leidend te maken en hierop de drijfmest- en eventuele fosfaatkunstmestgift af te stemmen.

Stuur met mestgift per snede

De totale stikstofgift bepaal je vervolgens op basis van de verwachte zwaarte van de maaisnede en het gewenste ruw eiwitgehalte. Stel dat je een behoorlijke maaisnede (3.500 kg ds) met 165 gram ruw eiwit wilt hebben. Dan heeft het gewas 3.500 x 170/ 6,25 = 92 kg N nodig. Houd daarbij rekening met de drie bronnen: voorraad in de bodem, drijfmest en kunstmest. Werk daarom vroeg in het seizoen een duidelijk bemestingsplan uit, waarin staat welke percelen je gaat beweiden en welke je inzet voor voederwinning. Neem hierin ook het gewenste eiwitniveau en zwaarte van de snede mee.

Een veehouder met veel mais in rantsoen kan een hoger eiwitgehalte in de graskuil gebruiken en zal dus meer bemesten en lichtere snedes oogsten Bedrijven met veel gras in rantsoen kunnen beter iets langer wachten en iets minder stikstof per snede bemesten.

Maak een plan

Blijf bewust van de genoemde thema’s en maak een plan. Door tijdig inzicht te creëren in mestbeschikbaarheid, mestkwaliteit en bodem, kan binnen de geldende randvoorwaarden toch gericht worden gestuurd op opbrengst en benutting.

Over de KringloopWijzer

De KringloopWijzer geeft de melkveehouder inzicht in zijn milieu- en klimaatprestaties op zijn bedrijf, waardoor hij/zij nog beter kan sturen op de benutting van mineralen. De rekenregels van deze tool zijn wetenschappelijk onderbouwd en de ontwikkeling ervan wordt gefinancierd door het ministerie van LNV en ZuivelNL. Het beheer van de Centrale Database van de KringloopWijzer ligt bij ZuivelNL.

Bronvermelding

Contactpersoon: Peter van Ballegooyen

Meer actueel

KringloopTip: Haal meer uit je ruwvoer: voorkom verspilling en optimaliseer opslag

4 april 2025

Eigen ruwvoer vormt de basis van een goede kringloop. Veel en kwalitatief hoogwaardig (ruw)voer van eigen land is altijd een pluspunt, zowel economisch als milieutechnisch. Iedereen streeft hiernaar, maar toch blijven de verschillen tussen de bedrijven groot. De verschillen zijn enerzijds toe te schrijven aan de oogst en voederwinning, anderzijds benutting van het voer. Hoe voorkom je onnodige verliezen tijdens oogst en voeren?

Lees meer

KringloopTip: Hoe klimaatbestendig is jouw bedrijf?

24 maart 2025

Het is geen nieuws dat het klimaat verandert. Extremen in hitte, droogte en wateroverlast zijn inmiddels vast onderdeel van ons dagelijks leven. De grote uitdaging is: hoe kunnen we de impact van deze extremen dempen? Als ondernemer is het belangrijk om de gevolgen van klimaatverandering op je bedrijf op te vangen, zodat je niet alleen de risico’s beheerst, maar ook een stabiel inkomen behoudt.

Lees meer

KringloopTip: Aandacht voor en slim gebruik van nieuwe mestproducten

6 maart 2025

Door innovaties, moderne technieken en/of stalaanpassingen komen er via mestbewerking diverse ‘nieuwe mestproducten’ beschikbaar in de landbouwsector. Hoe werken deze en hoe kunt je ze zo optimaal mogelijk inzetten? Het doel van deze aanpassingen en technieken is om de uitstoot van ammoniak te verminderen.

Lees meer